In de provincie Utrecht staan veel panden met een rietenkap, zoals boerderijen en villa’s, maar ook de bekende rietendakschool in Utrecht. Voor bewoners/gebruikers van zo’n pand is het dan ook de schrik van hun leven als er brand uitbreekt. Bekend probleem met de rieten kap is, dat met water blussen geen zin heeft. Uitslaande brand kan best geblust worden, maar in de onderste laag van het riet gaat de brand gewoon verder. Dit kan ervoor zorgen dat een pand volledig verloren gaat, terwijl met de juiste aanpak wellicht het een en ander te redden valt.
Dit is echter ook weer van veel factoren afhankelijk, zoals de constructie van een rieten dak (eerst met platen dichtgeschroefde en daaroverheen riet, de zogenoemde geschroefde kap of de traditionele kap waarbij het riet direct op de panlatten wordt bevestigd), maar ook het weer en de ontwikkeling van een brand, van binnen uit of van buitenaf spelen een grote rol.
 
Al veel langer werd er door drie korpsen uit de provincie uitgerukt voor bijstand als er brand was in zo’n rietgedekt pand, dit waren de korpsen Langbroek, Kockengen en Werkhoven. Deze bijstand kon alleen verleent worden als de betreffende Bevelvoerder of OVD die als eerste ter plaatse was of al eerder met het ‘specialisme’ gewerkt had, daarom vroeg. Door mond tot mond reclame en goede resultaten bij inzetten, werd deze ‘rietenkapbijstand’ een begrip in de provincie en werd er steeds meer voor uitgerukt
Met de ophanden zijnde invoering van de VRU, Veiligheids Regio Utrecht, werd er gezocht naar een passende oplossing voor dit niet officiële specialisme, nadat de ARBO dienst opmerkingen had geplaatst over het onbeveiligd werken op een rietenkap. De bijstand heeft al zeer regelmatig zijn waarde bewezen en meer schade kunnen voorkomen. Daarom is er voor gekozen om er een officieel specialisme van te maken.
Gevolg daarvan was wel dat er uniforme afspraken moesten komen om eenzelfde werkwijze en materiaal te kunnen inzetten. Ook de veiligheid was voor VRU een belangrijk issue, er werd door de korpsen met eigen, niet ARBO goedgekeurd materiaal gewerkt en er was geen goede oplossing gevonden voor de valbeveiliging. Dit betekende onder andere dat er een procedure geschreven moest worden, materiaal voor het werken op een rietenkap moest ARBO technisch goedgekeurd zijn, er moest een valbeveiliging komen en er moest gezocht worden naar een oplossing voor de 100% dekking in de hele provincie.
De opgestelde procedure houdt onder andere in dat de provincie grofweg in tweeën wordt gesplitst, een oost kant en een westkant. Als er bij een alarm al direct duidelijk is dat het om een pand gaat met een rietenkap, worden de gespecialiseerde korpsen direct mee gealarmeerd. Dat betekent dat er twee Ts’en met het materiaal ter plaatse gaan. Voor de korpsen Cothen en Werkhoven was dit niet zo’n probleem, zij geven de dekking voor de oostkant van de provincie. Voor Kockengen lag dat iets anders, zij waren alleen voor het westelijk gedeelte. De VRU had echter ook als voorwaarde gesteld dat er een 100% dekking zou zijn. Er moest dus gezocht worden naar een korps wat bereid was hen daarbij te ondersteunen. Hiervoor is het Korps Kamerik, wat nu nog onder brandweer “de Waarden” valt, bereidt gevonden. Zij zijn inmiddels daarvoor opgeleidt. Valt er één van de korpsen uit door wat voor reden dan ook, dan wordt één van de andere korpsen mee gealarmeerd, om zodoende altijd twee ploegen te kunnen inzetten.

In de provincie Utrecht staan veel panden met een rietenkap, zoals boerderijen en villa’s, maar ook de bekende rietendakschool in Utrecht. Voor bewoners/gebruikers van zo’n pand is het dan ook de schrik van hun leven als er brand uitbreekt. Bekend probleem met de rieten kap is, dat met water blussen geen zin heeft. Uitslaande brand kan best geblust worden, maar in de onderste laag van het riet gaat de brand gewoon verder. Dit kan ervoor zorgen dat een pand volledig verloren gaat, terwijl met de juiste aanpak wellicht het een en ander te redden valt.
Dit is echter ook weer van veel factoren afhankelijk, zoals de constructie van een rieten dak (eerst met platen dichtgeschroefde en daaroverheen riet, de zogenoemde geschroefde kap of de traditionele kap waarbij het riet direct op de panlatten wordt bevestigd), maar ook het weer en de ontwikkeling van een brand, van binnen uit of van buitenaf spelen een grote rol.
In de provincie Utrecht staan veel panden met een rietenkap, zoals boerderijen en villa’s, maar ook de bekende rietendakschool in Utrecht. Voor bewoners/gebruikers van zo’n pand is het dan ook de schrik van hun leven als er brand uitbreekt. Bekend probleem met de rieten kap is, dat met water blussen geen zin heeft. Uitslaande brand kan best geblust worden, maar in de onderste laag van het riet gaat de brand gewoon verder. Dit kan ervoor zorgen dat een pand volledig verloren gaat, terwijl met de juiste aanpak wellicht het een en ander te redden valt.

Dit is echter ook weer van veel factoren afhankelijk, zoals de constructie van een rieten dak (eerst met platen dichtgeschroefde en daaroverheen riet, de zogenoemde geschroefde kap of de traditionele kap waarbij het riet direct op de panlatten wordt bevestigd), maar ook het weer en de ontwikkeling van een brand, van binnen uit of van buitenaf spelen een grote rol.

In iedere TS zijn twee bevelvoerders aanwezig. De één gaat samen met OVD en aanwezige bevelvoerder(s) het plan van aanpak maken, de andere bevelvoerder, die dan de titel ‘veiligheidsfunctionaris’ krijgt, is continue aanwezig aan de zijde waar ‘zijn’ ploeg aan het werk is en bewaakt de veiligheid, gebruik van veiligheidsmiddelen en houdt contact met de andere bevelvoerder.
De reden dat er gekozen is voor een onderbrandmeester als veiligheidsfunctionaris, heeft te maken met het feit dat deze persoon de verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid van het personeel op het dak, ook het plaatsten van het valbeveiligingsmateriaal en erop toezien dat het naar behoren functioneert, valt onder zijn verantwoordelijkheid. De veiligheidsfunctionaris is te herkennen aan een groen vestje met daarop het opschrift “Veiligheidsfunctionaris”. De eindverantwoordelijkheid tijdens een inzet blijft bij het plaatselijke commando, het sein brandmeester wordt dan gegeven in overleg met het gespecialiseerde korps.
Vervolgens lag daar het vraagstuk van het materiaal en valbeveiliging. De drie korpsen die al langer actief waren op het gebied van rietenkapbrandbestrijding hadden allen hun eigen materiaal en zoals al genoemd werd, was er geen valbeveiliging. Aangelijnd werken op een rietenkap is niet te doen, vaak zul je zien dat bij een dergelijke brand ook de nok is aangetast of brand, wat gevaar zou opleveren voor de lijnen.
De VRU had echter wel als voorwaarde gesteld dat er ‘een vorm van’ valbeveiliging zou komen, sterker nog, het was de aanleiding voor het gehele project.
Daarop is er verder gezocht en werd er een valbeveiliging gevonden die ook veel door rietdekkers wordt gebruikt. Na een uitvoerige testfase, rietdekken is nu eenmaal toch anders werken als rietblussen, bleek dit een geschikt systeem om mee te werken. De veiligheid moet goed zijn, maar het moet net zo goed snel en eenvoudig in te zetten zijn, werken in de rook, met regen of bluswater en zonder daglicht mogen geen belemmering zijn voor het inzetten hiervan. Je kunt het het beste omschrijven als een buizenstelsel die onderaan de rietenkap ingehaakt wordt en zo als een soort vangnet functioneert. Door het lage gewicht is er goed, maar ook snel mee te werken.
Het rek kan heeft een lengte van 300cm, waardoor er voldoende werkruimte is. Voor elk gespecialiseerd korps zijn twee van deze rekken aanwezig. In principe is 1 rek bij een inzet voldoende om op te werken, maar aangezien er geen brand en geen dak hetzelfde is, kan het gebeuren dat 1 rek te kort is, waardoor ervoor gekozen is om er twee per korps aan te schaffen.
De rietstoeltjes, waarmee op een rietendak gewerkt kan worden, moesten ook vervangen worden door exemplaren die ARBO goedgekeurd zijn. Er zijn nu voor elk korps 15 rietstoeltjes, die kant en klaar zijn en door het lage gewicht makkelijk in gebruik. Deze zijn speciaal in opdracht van de VRU, ARBO goedgekeurd.
Ander nieuw materiaal wat noemenswaardig is, zijn de bluslansen. De bluslansen zijn ruim 100cm lang en kunnen gebruikt worden om in het riet te steken en zo de brand te blussen. De lansen worden via een dunne LD slang aan een koppeling geplaatst. Dit systeem voorkomt het werken met de veel dikkere LD slangen die normaal gesproken in gebruik zijn. Op een rietendak is wendbaarheid en laag gewicht immers van groot belang. Er zijn ook lansen beschikbaar die op HD kunnen worden aangesloten.
Bij een traditioneel rietendak (waarbij het riet dus op de panlatten bevestigd is) kan hier zelfs van buiten af een binnenaanval mee worden uitgevoerd. Door de lans door het riet heen te steken kun je op zeer effectieve en veilige manier een ‘binnenaanval’ doen.
In navolgend voorbeeld is met deze tactiek een brandhaard op de zolder geblust. Een andere mogelijkheid is om de lansen in het riet te steken en zelf verder te gaan met het zogenoemde plukken van het riet. Zo zet je een veilig scherm en scheelt het de inzet van een manschap om de straal te bedienen.
De lans geeft een sproeistraal van zo’n 90m. Op elke aanhanger zijn drie van deze lansen met bijbehorend materiaal geplaatst.

Met nog enkele andere (hand)gereedschappen betekende dit een forse uitbreiding van het materiaal, wat niet meer in de TS opgeborgen kon worden.
Na verschillende mogelijkheden te hebben overwogen, is het besluit genomen om voor ieder korps een aanhanger aan te schaffen waar het materiaal in meegenomen wordt. Het zijn vier tandemas aanhangers met gesloten kap geworden die in de originele brandweeruitvoering zijn gespoten. Hierin is ruim voldoende plaats voor alle materialen (voor een snelle inzet kan er bijvoorbeeld voor gekozen worden om de valbeveiliging al van tevoren op te bouwen en zo in de aanhanger te plaatsen, daar is ruimte voor en scheelt weer kostbare minuten bij een inzet).
Voor de collega’s is er door de VRU een instructie/voorlichtingsfilm gemaakt over wat er verwacht wordt in een situatie waarbij brand is uitgebroken in een rietgedekt pand. Alle vier de posten zijn hierbij betrokken geweest. Op een pand in Lienden werd een brand nagebootst, waarna stap voor stap duidelijk in beeld gebracht wordt hoe de nieuwe procedure eruit gaat zien. Tevens zijn er voorlichtingsavonden gegeven. Dit alles om ervoor te zorgen dat er geen verwarring op treedt en iedereen zijn taak kent. Zo mag er behalve door de gespecialiseerde korpsen geen rietendak meer betreden worden, maar is het wel erg prettig als er al ladders klaar liggen tegen het dak.

Al twee dagen na invoering kon dit nieuwe specialisme zijn succes bewijzen; in Hagestein (gem. Vianen) brak brand uit in de in aanbouw zijnde rietenkap van een boerderij. Hoewel Hagestein in het puntje van het westelijk gedeelte ligt en er zodoende een aanrijtijd was van ongeveer een half uur, kon het pand mede door de inzet van de gespecialiseerde korpsen Kamerik en Kockengen voor een flink gedeelte behouden blijven. De nieuwe materialen bewezen hier hun diensten in ruime mate, zoals de dunnen LD slangen met bluslans, maar ook de inzet en samenwerking met de andere korpsen was prima, wat toch ook mede bepalend is voor het succes van een inzet.
Met dank aan:

A van Donselaar
VRU

R. van Zanten
Rietdekker
vrijwilliger post Kockengen
   

Schoorsteenbrand Mijdrecht maart 2015

2013 Bodegraven

2012-04-27 HARMELEN Reijerscop

2014-01-01 HARMELEN Harmelerwaard

2013 Mijdrecht

2013-03-10 Abcoude Meije