Lofzang op de brandweer. Hierbij enkele coupletten uit een gedicht da werd gemaakt ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de vrijwillige brandweervereniging Kockengen – Laag Nieuwkoop in 1978.

Lang geleden had ons dorp
Houten huizen – rieten daken
Alles dicht opeen gebouwd
Om het veiliger te maken
En men deed toen in die tijd
Zeker niet aan brandpreventie
Daarom was dan ook een brand
Net zo erg als pestilentie

 

Als er dus een brand uitbrak

Nou, dan kon je wat beleven,
Vlug de ladder tegen ’t dak
Want men kon slechts water geven
Doordat iedereen die kon
Een emmer nam - een ketting vormde
Uit een vaart het water kwam
Dat men tegen ’t dak optornde

Was men vroeg genoeg – dan kon
Met geluk men ’t vuur belemmeren
En vandaar ’t gezegde komt:
“Man, sta toch niet zo te emmeren”.

Later bouwde men van steen
Met toch –meestal- rieten daken
En men vond de handspuit uit
Om zich op het vuur te wraken
Doch pas toen het stoommachien
Opkwam kwamen betere tijden:
Want toen kon – met goed gevolg –
Men zo menige brand bestrijden!

Tegen de achtergrond van de Nederland Hervormde kerk staan hier de resen van het uitgebrande café Kok (later Nederend) en van de woningen van Stekelenburg en Van Der Wal. Het gebeurde op zaterdag 23 juni 1917.
De brandweer had zich bij die gelegenheid dapper gedragen, zoals blijkt uit deze brief.

Hoe de brandweer moest werken rond die tijd blijkt onder meer uit een briefwisseling tussen provincie – en gemeente bestuur. Gedeputeerde staten stuurden op 30 december 1930 het verzoek “Te bevorderen dat in overleg met den Utrechtsen Provincialen Brandweerbond afdoende verbetering wordt aangebracht”.
Bijgevoegd was een rapport van de Utrechtse Provinciale Brandweerbond over de situatie in Kockengen en laag nieuwkoop:

Genoemde gemeenten beschikken gezamenlijk over één oud model brandspuit, welke spuit gevoed wordt door een zo genoemde “Zraagpomp”, een instrument hetwelk zeker 100 jaren oud is.
Het slangen materieel bestaat uit ongeveer 40 meter slang, terwijl verder noodzakelijk brandweer materieel niet aanwezig is.
Dit brandweermaterieel is geborgen in een afgesloten ruimte naast de verwarmingsinstallatie der kerk, hetwelk zeer ongunstig voor het materieel is.

De bediening van het brandweer materieel bij brand geschiedt volgens de Gemeentewet en bestaan dus uit de zo genoemde plichtsbrandweer, zonder enige behoorlijke organisatie en geoefendheid.
Zowel materieel als brandweer organisatie achten wij onvoldoende voor de brandbestrijding in e gemeente Kockengen en geheel waardeloos voor de brandbestrijding te Laag Nieuwkoop, waarvan de zo genoemde kom minstens op een groot uur afstand der bewaarplaats van het brandweer materieel te Kockengen gelegen is en het brandweer materiaal uit Kockengen zeker anderhalf uur nodig heeft voor het in Laag Nieuwkoop voor brand, aldaar is aangekomen.
Water voor brandbluswatervoorziening in deze Gemeente is voldoende aanwezig.

De gemeente tilde er blijkbaar niet zo zwaar aan:
Wij erkennen dat het brandweer materieel niet voldoende is om een grote brand te blussen, doch wel weten wij – en uit ervaring – dat bij brand steeds met zeer veel toewijding door de zo genoemde “plichtsbrandweer” is gewerkt.
Het is heel zelden dat alhier brand voorkomt: de laatste maal was dat in 1924, toen een vrij belangrijke brand plaats had in de kom van het dorp, welk door het plaatselijk brandweerkorps vrij spoedig werd geblust.
Na de mededeling dat de gemeente ook “de nodige geldmiddelen” mist vragen burgemeester en wethouders om een jaartje uitstel.

Zes jaar later melden B en W dat ze een uitstekend werkende handbrandspuit van de gemeente Weesperkarspel hebben overgenomen en teven dat wordt overwogen een vrijwillige brandweer op te richten. Die laatste kwam er in 1938.

De verplichte brandweer van Kockengen omstreeks 1934.
De mannen met de in verschillende kleuren geschilderde stokken zijn de brandmeesters. De pompiers hebben een band om de arm met de aanduiding WP (waterpomp) of PP (perspomp).
De ploeg rechts is belast met het oppompen van het water, terwijl de ploeg daarnaast door middel van de handperswaterpomp druk zet op de slang.

De vrijwillige brandweer in 1950 met achter, op en voor de brandweerwagen:
J. Tuithof, J. de Lange, J.W. Okkerman, G.W. Koren, G. Vermeulen, J. Ligtenberg, J. van Eijk, C. van Rooijen, Q.P. van Zanten, J. Oostenbruggen, M. Vermeulen, commandant H.R. van der Paauw, J. Oosterom, chauffeur C. Nap,H. Brunt en F. Ravestein.

In 1966 kwam er weer een nieuw brandweerwagen.
De bemanning van links af:
W. van Vreeswijk, J. Ligtenberg, K. Nap, C. van Rooijen, R. Oosterom, R. van der Paauw en F. Vermeulen.

 

Bron: Groeten uit Kockengen 1980